Woningvoorraad · Nederland
Initialiseren
Peildatum laden

Nederlandse woningvoorraad

Risico's in kaart

Nederland telt woningen. Voor daarvan ligt er een geldig energielabel, dus is bekend in welke klasse ze vallen. Voor de resterende is er geen label. Voor elk van die woningen schat de module de energieprestatie, met een bandbreedte die in van de blinde toetsen klopte.

Europese wetgeving

Het Europese doel raakt de hele voorraad, koop en huur: het gemiddelde energiegebruik van alle woningen moet in 2030 minstens 16% lager liggen dan in 2020, en minstens 55% van die daling moet komen uit de 43% slechtst presterende woningen. Om daarop te sturen moet je weten welke woningen dat zijn, en dat is precies wat er voor bijna vier op de tien woningen niet vastligt.

Binnen scope zijn alle verblijfsobjecten met een woonfunctie: zelfstandige woningen, maar ook woningen met een nevenfunctie zoals een praktijk aan huis. Objecten zonder postcode of zonder coordinaat vallen af, want die zijn niet op de kaart te plaatsen. Dit aantal ligt ongeveer 4% boven de landelijke woningvoorraad zoals die officieel wordt geteld, doordat er nog niet wordt gefilterd op de status van het verblijfsobject. Alle percentages op deze pagina gebruiken dit aantal als noemer.

De eis van minimaal label D per 2029 geldt alleen bij verhuur. Dit percentage gaat over de hele voorraad, koop en huur, en is dus geen telling van woningen die iets moeten.

Wat intervaldekking is. De module geeft per gebied niet één getal, maar een band waarbinnen de werkelijke waarde hoort te liggen. Om te toetsen of die band klopt is het model getraind zonder een deel van de kilometerhokken, en daarna losgelaten op precies die hokken. Dit percentage zegt hoe vaak de gemeten waarde in die onbekende gebieden binnen de opgegeven band viel. Bij een band van 90% hoort ongeveer 90% dekking: valt het lager uit, dan zijn de uitspraken te stellig; valt het hoger uit, dan zijn de marges onnodig breed. Vooraf is vastgelegd dat de uitkomst tussen 87% en 93% moet liggen.

Residuele selectie

Voor woningen kan deze toets bij de volgende peildatum. Dan liggen er voor het eerst twee momentopnamen naast elkaar en is te zien hoe de woningen presteren die tussen beide data een label kregen. Bij utiliteit is die toets al gedaan en wijst hij naar een δ boven nul.

Kaart toont

Ontbrekende labels: het deel van de woningen in een gebied zonder geregistreerde energieprestatie. Donker is waar de voorraad niet in beeld is.
Slechter dan D: het geschatte aandeel boven 290 kWh/m²·jr, gemeten waar een label is en geschat waar dat niet zo is.
Beter dan D: de spiegel daarvan: waar de opgave klein is.
Gemiddeld EP2: het gemiddelde primair fossiel energiegebruik per gebied, de grootheid waarin artikel 9 lid 2 zijn eis stelt.
Nieuw geregistreerd: verschijnt zodra er twee peildata in het bestand zitten en toont waar labels zijn bijgekomen. Dat is meteen het toetsmateriaal voor de vorige voorspelling.

Peildatum 1 augustus 2026

Alle geregistreerde energielabels van Nederland op één kaart. Met onze voorspelbaarheidsmodule ziet het beeld er heel anders uit.

Alles op deze pagina komt uit de geregistreerde energielabels in EP-online, aangevuld met een doorrekening voor elke woning waar geen label ligt. Daar bovenop draait de verduurzamingsmodule van Simplr.: per woning de maatregelen, de investering, de besparing en de labelsprong, tot en met het dossier waarmee een adviseur en een installateur verder kunnen. Die kant zit niet in deze demo. Wil je hem zien draaien op je eigen voorraad, vraag dan een demo aan.

Demo aanvragen

Legenda

Portefeuillescan

Sleep je woningenlijst hierin xlsx of csv met een postcodekolom · of klik

Het bestand blijft op je eigen computer. Er gaat niets naar een server.

Filters

Zoeken
Dominante bouwperiode in het gebied
Mediaan bouwjaar tot en met
alle bouwjaren2025

Gebouwen in dit gebied

Selectie

Wat er nu in beeld staat

Minimaal label D per 1 januari 2029

De noemer is niet bekend, en de noemer is de norm

Bij woningen ligt de grens vast: label E begint boven 290 kWh/m²·jr. Het voornemen in het Besluit bouwwerken leefomgeving is dat verhuurders hun E-, F- en G-woningen vóór 1 januari 2029 op minimaal label D hebben; het ontwerpbesluit ligt sinds juli 2026 bij beide Kamers. Wie daarboven ligt is bekend voor de woningen mét een geregistreerde energieprestatie, en onbekend voor de rest. Europa rekent bovendien niet in aantallen maar in een gemiddelde over de hele voorraad.

Hoeveel woningen liggen boven de grens van 290?

Label E en slechter · gemeten waar een energieprestatie geregistreerd staat, geschat waar dat niet zo is

Residuele selectieGelabeld, gemeten Ongelabeld, geschatFactorHele voorraadWoningen

De factor is de kern van de zaak: hoeveel vaker ligt een woning zónder geregistreerde prestatie boven de grens dan een woning mét. Voor utiliteit wordt in de beleidsstukken met 1,70 gerekend. Voor woningen is die factor nog niet vastgelegd, en hij bepaalt wel hoe groot de opgave in 2029 werkelijk is. Daarom is hier de hele voorraad doorgerekend in plaats van alleen het gelabelde deel.

De noemer van artikel 9, tweede lid

Gemiddeld primair fossiel energiegebruik in kWh/m²·jr, het getal dat met 16% omlaag moet in 2030 en met 20 tot 22% in 2035

Residuele selectieAlleen gelabeldAlleen ongelabeld Hele voorraadVerschil met alleen gelabeld

De richtlijn spreekt van primair energiegebruik. EP2 is daarvan nu de Nederlandse invulling; de indicator onder het energielabel wordt in 2030 verbreed naar het totaal primair energiegebruik.

Validatie op onaangeraakte gebieden

Het model is getoetst op kilometerhokken die het tijdens het trainen nooit heeft gezien. De intervaldekking hoort binnen de vooraf vastgelegde band van 0,87 tot 0,93 te vallen.

Waar de gelabelde voorraad staat

Labelklassen voor woningen liggen vast in kWh/m²·jr: C tot 250, D tot 290, E tot 335, F tot 380, G daarboven. De grens hoeft hier dus niet geschat te worden, alleen de vraag wie eroverheen ligt.

Van energiebehoefte naar primair fossiel

Gekalibreerd op 3.428.825 geregistreerde certificaten, waarvan 3.261.196 woningen

ln EP2 = a + 0,757 · ln EP1 − 2,203 · aandeel_hernieuwbaar

Groepnb₁ schilb₂ energiedrager restspreidingEP2/EP1

b₁ is hoe sterk isolatie doorwerkt, b₂ hoe sterk de energiedrager telt. In oude gebouwen loont de schil; in nieuwe doet vrijwel alleen de energiedrager nog iets. Wat overblijft na beide is het installatietype, en dat staat niet in het register.

Wat EP-online wel en niet bevat

Het register kan de norm niet dragen

Bevindingen uit het volledige totaalbestand van 1 augustus 2026, samen 6.209.656 records. Voor woningen is er één die er bovenuit steekt: bij bijna de helft van de geregistreerde woninglabels staat geen waarde die tegen de grens van 290 kWh/m²·jr te leggen valt.

Vulgraad van de woninglabels

Volledige registratie, peildatum 1 augustus 2026

KlasseTotaalMet EP2Met EnergieIndex Met gebouwtype

Het gebouwtype is wél volledig gevuld: alle 5.938.895 labels. Dat is het gunstige nieuws. Het ongunstige staat in de kolom ernaast: bij 2.677.699 van die labels ontbreekt de berekende energieprestatie waarin de norm is uitgedrukt.

Wat er niet tegen de norm te leggen valt

De grens van 290 kWh/m²·jr staat in EP2. Zonder EP2 is de vraag onbeantwoordbaar.

Woninglabels in EP-onlineAantalAandeel Toetsbaar aan 290 kWh/m²·jr

Een EnergieIndex is een andere grootheid op een andere schaal en laat zich niet zonder aanname omrekenen naar kWh/m²·jr. Een vereenvoudigd label heeft geen van beide. Voor 45,1% van de geregistreerde woninglabels is uit het register dus niet af te leiden of de woning boven of onder de grens ligt, nog vóór je begint over de woningen die helemaal geen label hebben. Beide groepen zijn in de kaart hiernaast zichtbaar als ontbrekende dekking.

De opnamemethode verschuift het cijfer

NTA 8800:2024 · dezelfde norm, andere opname

Opnamenb₁b₂EP2/EP1

Een detailopname levert bij dezelfde energiebehoefte een ruim tweeënhalf keer lagere verhouding op dan een basisopname, en dat patroon herhaalt zich in elk methodiekjaar. Deels selectie, deels methodiek. Voor het model betekent het dat de trainingsdata gunstiger leest dan wat de ongelabelde voorraad zal opleveren, nog een reden dat de uitkomsten ondergrenzen zijn. Voor de regeling betekent het iets scherpers: een verhuurder met een woning net boven de 290 kan er in 2029 onder komen door een andere opname te laten doen, zonder dat er iets aan de woning verandert.

Het speelveld in vijf begrippen

Welke regel waarover gaat

Vijf termen die in dit dossier door elkaar gebruikt worden, terwijl ze verschillende dingen meten en verschillende dingen eisen. Bij elke staat wat hij betekent, waar hij vandaan komt, en wat hij voor deze module betekent. De woningkant valt onder het tweede lid van artikel 9; de eis van 2029 is de nationale invulling daarvan.

De Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen

Richtlijn (EU) 2024/1275 · nationale omzetting uiterlijk 29 mei 2026

De Europese wet waar alle Nederlandse regels op dit terrein uit voortkomen. Twee artikelleden doen het werk. Artikel 9, eerste lid gaat over utiliteit en stelt een eis aan de sléchtst presterende gebouwen: de slechtste 16% van de voorraad zoals die er op 1 januari 2020 bij stond moet in 2030 verbeterd zijn, de slechtste 26% in 2033. Welke eenheid die 16% telt (gebouwen of vierkante meters) staat niet in de richtlijn zelf.

Artikel 9, tweede lid gaat over woningen en werkt heel anders: geen drempel per gebouw, maar een eis aan het gemiddelde primair energiegebruik van de hele woningvoorraad. Dat moet in 2030 ten minste 16% lager liggen dan in 2020, en in 2035 20 tot 22% lager.

Daarbovenop geldt dat ten minste 55% van die reductie moet komen uit de 43% sléchtst presterende woningen. Het gemiddelde halen is dus niet genoeg: de onderkant van de voorraad moet aanwijsbaar zijn.

Voor deze module: beide eisen worden berekend over een voorraad die maar gedeeltelijk in het register staat. Het eerste lid vraagt een rangorde over alle gebouwen, het tweede een gemiddelde over alle woningen. Wie de helft van de noemer niet kent, kan geen van beide toetsen.

MEPS

Minimum Energy Performance Standards · de nationale vertaling van artikel 9 · Besluit bouwwerken leefomgeving

MEPS is geen aparte wet maar de verzamelnaam voor de minimumeisen waarmee Nederland artikel 9 invult. Voor huurwoningen ligt er een regeling die energielabel E, F en G uitfaseert: die woningen moeten vóór 1 januari 2029 naar minimaal label D. Label E begint boven 290 kWh/m²·jr. Uitgezonderd zijn monumenten, tijdelijke huurwoningen, kleine vrijstaande huurwoningen en gevallen waarin een VvE de gemeenschappelijke ingreep niet goedkeurt. De regeling ging op 10 juli 2026 naar beide Kamers.

Voor utiliteitsbouw loopt de invoering in tranches. De derde tranche gaat over de MEPS zelf; de consultatie daarvan staat gepland voor augustus tot oktober 2026. Bij Kamerbrief van 8 juni 2026 is de industriefunctie uit de reikwijdte gehaald.

Voor deze module: een MEPS werkt met een drempelwaarde, en die drempel wordt afgeleid uit de gelabelde voorraad. Is die voorraad niet representatief, dan ligt de drempel op de verkeerde plek, en dat is precies wat het tabblad De meting laat zien.

WEii

Werkelijke Energie intensiteit indicator · beheerd door DGBC en TVVL · weii.nl

Waar het energielabel een berekening is op basis van gebouwkenmerken, is WEii een meting: het werkelijke verbruik volgens de meter, gedeeld door het oppervlak, in kWh/m² per jaar. Twee gebouwen met hetzelfde label kunnen een sterk verschillende WEii hebben, omdat gebruik, bedrijfstijden en installatiebeheer niet in het label zitten.

WEii is niet wettelijk verplicht. Het wordt gebruikt door eigenaren en beleggers die willen sturen op wat er echt uit de meter komt, en het is de maat waarin Paris Proof is uitgedrukt.

Voor deze module: onze schatting gaat over de berekende prestatie (EP2), niet over het gemeten verbruik. Dat is bewust: de norm staat in EP2. Wie de twee door elkaar haalt vergelijkt een rekenwaarde met een meterstand.

Paris Proof

Doelwaarde van de Dutch Green Building Council · uitgedrukt in WEii · richtjaar 2040

Geen wet maar een norm uit de markt, en in de praktijk vaak strenger dan de wettelijke eis. Paris Proof zet een absolute grens aan het energiegebruik per vierkante meter die past bij het anderhalvegradenpad: 70 kWh/m² voor kantoren, 45 voor appartementen en 35 voor vrijstaande woningen, te halen in 2040. De redenering erachter is simpel: hernieuwbare bronnen kunnen in 2050 ongeveer een derde van de energievraag van 2015 dekken, dus moet twee derde eraf.

Voor deze module: zet die getallen naast de gemiddelden op het tabblad De meting en de afstand tot 2040 wordt zichtbaar. Let op de eenheid: Paris Proof rekent in gemeten verbruik op gebruiksoppervlak, de MEPS in berekende EP2.

ESG

Environmental, Social & Governance · rapportage- en financieringskant · CSRD, EU-taxonomie, GRESB

ESG is geen gebouwnorm maar een verantwoordingskader. Voor vastgoed komt het neer op drie vragen: hoeveel energie gebruikt de portefeuille per vierkante meter, hoeveel CO₂ komt daarbij vrij, en welk deel van de portefeuille voldoet aan de criteria van de EU-taxonomie. Financiers en beleggers stellen die vragen inmiddels ook zonder wettelijke plicht, omdat ze doorwerken in risico-opslag en in de waarde bij verkoop.

De reikwijdte van de rapportageplicht onder de CSRD is de afgelopen jaren meermaals aangepast. Ga voor de vraag of jouw organisatie er dit boekjaar onder valt altijd uit van de actuele stand, niet van deze toelichting.

Voor deze module: ESG-rapportage vraagt een dekkend beeld van de hele portefeuille, inclusief de panden zonder label. Een gemiddelde over alleen de gelabelde objecten is geen portefeuillecijfer, en dat verschil is hier meetbaar gemaakt.